Wiebe de Weger

Wiebe (1887-1984) was het één na jongste kind van wagenmaker Wietse Ages de Weger en Maartje Klazes de Weger. Zijn jongste broertje overleed in 1893 op tweejarige leeftijd.

Toen Wiebe nog maar vijfeneenhalf jaar was overleed zijn vader. Zijn oudste broer Klaas nam de leiding van de wagenmakerij over en Wiebe werkte er ook al van jongs af aan.

In 1906 – hij is dan ook wagenmaker – werd hij vrijgesteld voor de Nationale Militie vanwege gebreken, categorie 5. Volgens de in het Staatsblad in 1904 gepubliceerde lijst van ziekten en gebreken ‘welke dienstplichtigen ongeschikt maken’ betrof het hier ‘Algemeene lichaamszwakte’.

Op 22 februari 1922, hij is dan al 34 jaar, was hij kruidenier en trouwde in Oldehove (Gr.) met de 32-jarige Sosina Raven, uit Saaksum. Zijn schoonvader was ook stelmaker (synoniem voor wagenmaker of radmaker).

Een jaar later kocht hij van zijn moeder het winkelhuis met schuur en grond aan ’t Oost voor ƒ 2.500.
Vanaf 1925 wordt het gezin uitgebreid met zeven kinderen, waaronder een tweeling.

Net na de oorlog, op 12 juni 1945 overleed zijn vrouw Sosina.


In januari 1979,  gaf Wiebe de Weger (W.W. de Weger) in eigen beheer een boekje uit onder de titel Herinneringen uit lang vervlogen jaren van Oosterwolde (Fr.).

Waar vader zoon Jan Hendriks Popping en Hendrik Jans Popping vooral de grote lijnen van de historie van de streek en deels het dorp beschreven, verhaalt De Weger over het reilen en zeilen van het dorp vanaf zijn kinderjaren, verluchtigd met veel namen en wat anekdotes.

Twee van die anekdotes zijn het waard om hier te worden weergegeven:

De al wat oudere Jouk de Roo woonde in het armenhuis. Juffrouw Oosterhof was onderwijzeres aan de school aan de Weemeweg (tegenwoordig: De Toekan).
Elke morgen liep ze van haar huis aan de Rijweg naar school. Op een dag stond Jouk haar onderweg op te wachten: “Juffrouw, ik bin jaorig!” Juffrouw Oosterhof feliciteerde hem, trok haar portemonnee en gaf hem een dubbetje, een voor die tijd behoorlijk ‘cadeau’, maar zeer welkom omdat het onderhoud vanuit de armvoogden ontoereikend was.
Niet lang daarna besloot Jouk om maar weer eens jarig te zijn, en niet zonder succes: juffrouw Oosterhof schonk hem weer een dubbeltje.
Dit herhaalde zich enkele keren totdat juffrouw ‘geen dubbeltjes meer’ had en er zo een punt achter zette.

Bakker Jan Nieuwenhuis maakte lekkernijen. Op een dag vroeg hij een groepje kinderen, dat zijn werk kwam bekijken, of ze het lekker zouden vinden, waar hij mee bezig was. Maar natuurlijk leek hun dat wel wat. “Dan moet je morgen terugkomen, dan kun je je zat eten, en ik geef er ook boter en suiker bij.” De volgende dag toog de groep hoopvol naar de bakkerij. “U zei ‘morgen kun je weer komen voor wat lekkers!’” “Zeker,” zei Nieuwenhuis, “morgen, maar het is nu vandaag!”

Bij de ansichtkaart: Uiterst rechts de woning die moeder De Weger in 1908 liet bouwen en met haar gezin ging bewonen. Wiebe de Weger heeft er van 1920 tot 1956 een kruideniersbedrijf gehad.
Het huis ernaast was het oorspronkelijke ouderlijk huis. Oudste broer Klaas trouwde in 1908 en bleef als wagenmaker in dat huis wonen.

De rouwadvertentie in dagblad Trouw

Wiebe de Weger ligt begraven op Prandingahof in Oosterwolde in graf 5-11-28